Even voorstellen: Robin Koelewijn, partner Accountancy, en Tessa Neeleman, Staff Accountancy & Advies op de samenstelafdeling. Allebei werkzaam in de accountancy bij CROP Ede, allebei overtuigd van persoonlijk contact. De verschillen in persoon en leeftijd maken dat ze met een totaal andere blik kijken naar hun werk.
Hoe komt het bijvoorbeeld dat we een paar generaties terug makkelijk een week bij de klant op kantoor zaten, terwijl de huidige generatie niet die ruimte voelt om dat überhaupt de klant te vragen? En belangrijker: wat kunnen generaties van elkaar leren over doorgroeien, klantcontact en werkplezier in een vak dat steeds technischer wordt, maar draait om vertrouwen?
De eerste werkdag bij CROP vergeet je niet. Voor Robin, in 1996 een kersverse accountant met vier jaar ervaring bij een Big Four-kantoor, was die dag meteen de bevestiging van zijn keuze. “Vanmiddag heb ik geen tijd, ga jij even naar de bank met de klant,” zei partner Dries die ochtend.
De klant was een café-eigenaar die een financiering nodig had. Robin pakte de stukken erbij, bekeek de cijfers, analyseerde de jaarrekening en vond dat de lening wel kon.
Hij zat niet in een vergaderzaal op de tiende verdieping, maar praatte met iemand voor wie deze lening het verschil ging maken. Ook de bank vond gelukkig dat de lening wel kon. Toen Robin en de café-eigenaar naar buiten liepen, omhelsde de klant hem bijna. “Ik ben zo blij met je.”
Robin wordt gedreven door het helpen van anderen. Dat heeft Tessa ook. En juist de afwisseling tussen kantoor en klant geeft haar energie. “Als je bij klanten zit, is het een andere werksfeer.” Robin knikt. “Eens per week bij een klant zitten kan veel opleveren. Je leert de mensen kennen en hebt focus.”
Maar dat is nu minder vanzelfsprekend. Vroeger zat Robin dagen achter elkaar bij de klant. Tegenwoordig moeten accountants veel meer multitasken over verschillende klantopdrachten, vooral senioren. Om dan een dag bij een klant te zitten voelt raar, zeker als je tegelijkertijd voor andere klanten werkt. Je aandacht wordt getrokken naar die binnenkomende mail, het Teams-berichtje of het ouderwetse belletje van je collega. Digitalisering heeft daar veel impact op gehad.
Na corona was werk definitief en voorgoed veranderd. “Vroeger was alles fysiek op locatie. Nu kan vrijwel alles digitaal,” zegt Robin. “Dat maakt het makkelijker, maar ook minder vanzelfsprekend om naar de klant te gaan.”
Tessa ervaart ook drempels. Ze kent veel klanten niet. Veel klanten kennen haar alleen via mail, “waar overigens een oude foto met superblond haar onder staat van vier jaar geleden”, zegt ze lachend. Als je geen beeld hebt bij een klant, is het lastig jezelf uit te nodigen. Het lijkt Tessa echt leuk om meer klantcontact te onderhouden.
Robin vindt dat leuk om te horen. “Ik vraag nieuwe klanten vaak of ik even langs even mag komen. Mensen zijn trots en vertellen graag. Begin het gesprek met simpele vragen. Wat doet u, hoe lang bestaat het bedrijf? Mensen vertellen dan vanzelf.”
Tessa beargumenteert: “Maar in het echt stellen klanten vaak directe vragen. Ik heb soms de kennis niet paraat, maar voel wel dat ik iets moet zeggen. Het helpt als je dan veel kennis en ervaring hebt zoals jij Robin.” Robin bevestigt dit. “Maar je kan gerust zeggen dat je erop terugkomt. Er is niks mooier dan dat je diezelfde middag nog terugbelt met een antwoord.”
Tessa herkent dat. “Uit gewoonte mail ik toch vaak; dan overval ik klanten niet, en kunnen ze reageren wanneer het hen uitkomt. Robin begrijpt dit, maar ziet ook dat er iets verloren gaat. “Ik zie mensen soms twee uur wegtikken op een e-mail. Complexe boodschappen worden via een belletje gewoon makkelijker gebracht. Voor sommige klanten is langskomen veel efficiënter. Je hoort ook veel meer.”
Als je bij de klant zit, kom je veel dingen te weten. Niet alleen over je eigen werk, maar ook over andere knelpunten.

“Complexe boodschappen worden via een belletje makkelijker gebracht.”
— Robin Koelewijn —
Je komt binnen voor de jaarrekening,” legt Robin uit, “maar hoort tussendoor dat ze moeite hebben met het vinden van personeel. Of dat er onduidelijkheid is over een contract. Kleine signalen die je oppikt bij de koffieautomaat, tijdens de lunch.”
Tessa heeft daar ook al ervaring mee. “Daar zitten signalen waar een Legal of HR-specialist juist goed bij zou kunnen helpen. Als je bij de klant bent, hoor je veel meer.
Op de vraag wat Tessa van Robin zou kunnen leren, denkt ze even na. Presenteren. Zelfverzekerd voor een groep staan, “dat vind ik best spannend. Dat doe jij supergoed!”
Hij lacht en biedt meteen zijn hulp aan: “Ik vind presenteren eigenlijk ook nog steeds heel spannend. Mijn tip? Wees jezelf, wees niet bang om iets te vergeten. Het publiek weet toch niet wat je wilde zeggen.” Oefening baart kunst. “Bij een voetbal- en businessclub heb ik veel geoefend. Kijk over de groep heen in plaats van dat je één persoon aankijkt, dat werkt rustgevend.”
“Voorbereiden helpt ook,” vervolgt Robin. “Maak een korte agenda met vijf punten en oefen één keer vooraf. Ik help je graag met voorbereiden en wil de eerste keer best met je meegaan.” En als het een keer misgaat, jammer dan. Niemand verwacht perfectie.
Zowel Robin als Tessa zijn bekende gezichten in CROP Ede. Als ze niet op een feestje zijn, worden ze gemist. Ze spreken elkaar ook vooral dan. Over inhoud of ontwikkeling gaat het minder. Wat maakt dat ze met plezier naar werk gaan?
Voor Tessa is sfeer belangrijk; Het teamgevoel, de uitjes en de hulp van collega’s zijn waardevol voor haar. “We hebben in Ede een ontzettend leuke vaste kern.” Ze werkt fulltime en gaat nooit met tegenzin naar het werk.
Robin heeft momenten meegemaakt dat hij met pijn in zijn buik naar werk reed ’s ochtends. “Dat heb ik al 20 jaar niet meer gehad, maar dat maakt het voor mij essentieel om te zorgen voor een goede sfeer op de werkvloer. Mijn leiderschapsstijl is dan ook erg verbindend.”
“Vroeger was je nog wel eens tot diep in de nacht bezig iets klaar te krijgen, om de volgende ochtend afgefakkeld te worden. Dat was echt niet leuk.” Mensen waren misschien ook harder, oordeelt hij. Maar de sociale kant kan ook remmend werken op ontwikkeling.
Goed werkgeverschap vraagt soms ook moeilijke gesprekken over groei en uitdaging. “Als kantoor moeten we beter worden in het echte gesprek. Soms schrikt dat af omdat we aardig gevonden willen worden, maar goede, opbouwende feedback helpt enorm.” Aldus Robin.
Wat hebben ze van CROP nodig voor de komende jaren? Tessa zou graag willen dat doorgroeimogelijkheden ontwikkeld en actief gepromoot worden. Robin denkt dat je daar niet op moet wachten: “Creëer je eigen kansen. Overtref de verwachtingen. Als je meer doet dan gevraagd wordt en je je leidinggevende ontzorgt, maak je jezelf zichtbaar. Dan komen groeimogelijkheden vanzelf.”
Voor Tessa betekent dat: niet wachten tot iemand zegt dat ze naar een klant mag, maar klantbezoeken zelf oppakken. Voor Robin betekent het: Weten wat er speelt bij de jonge medewerkers en ze helpen op hun pad een succesvolle professional te worden.
Wat leert Robin van haar? Dat er behoefte is bij deze generatie om de klant op te zoeken, al weten ze niet zo goed hoe. Dat jongere collega’s andere drempels ervaren, en dat een goede sfeer het moeilijke gesprek soms in de weg kan staan.
Wat leert Tessa van hem? Dat ook partners soms worstelen met problemen. Dat sommige problemen vooral in je eigen hoofd leven, en dat klanten oprecht blij kunnen zijn om jou te ontvangen.
Robin en Tessa komen uit verschillende generaties. Andere startpunten, andere verwachtingen. Toch delen ze wat echt telt: werkplezier draait om échte verbinding. Met klanten die je kent, met collega’s die je helpen groeien, met de ruimte om fouten te maken.
En ze delen dat je het zelf moet doen. Niet wachten, maar oppakken. Bellen in plaats van mailen. Ambities uitspreken.
CROP voelt voor hen allebei als een plek waar je jezelf kunt zijn. Met vallen en opstaan, met de zekerheid dat iemand meekijkt als het nodig is. Of dat nu een partner is die je op je eerste dag naar de bank stuurt, of om net dat duwtje te geven om je ambities uit te spreken.

“Als je bij de klant bent, hoor je veel meer.”
— Tessa Neeleman —
Tussen 1996 en 2025 is veel veranderd. Digitale systemen, videobellen, slimme software. Het vak wordt technischer, de mogelijkheden groter. Maar Robins eerste werkdag en Tessa’s wens om vaker bij klanten te zitten, delen dezelfde kern: iemand die blij is als je langskomt.
Bij CROP geloven we dat groei begint bij een werkomgeving waar je jezelf kunt zijn. Waar prestaties belangrijk zijn, maar mensen het verschil maken.
Bekijk onze vacatures via werkenbijcrop.nl en ontdek of jij ook past bij een organisatie waar aandacht voor elkaar vanzelfsprekend is. Wil je daar eens over sparren? Dat kan! Stuur Iris Luteijn een bericht en we plannen een vrijblijvend gesprek in.